Op 9 augustus gingen tien ‘stadsdorpers’ naar de Noordoostpolder om daar onder leiding van een gids rond te kijken in het zogeheten ‘Waterloopbos’. Er was daar veel te zien en te leren.

Het idee voor de excursie kwam van Stadsdorp-‘kartrekker’ Milja Witzenhausen.  Zij is geïnteresseerd in alles wat te maken heeft met waterbeheersing, iets dat onlosmakelijk met Nederland is verbonden.  In no time dienden zich negen andere belangstellenden aan, een aantal dat helaas niet verder mocht aangroeien, gezien de coronamaatregelen. Vanaf Geerdinkhof was de locatie in een uur te bereiken.

Daar werden we na de noodzakelijke koffie opgewacht door gids Jan van de Graaff. Deze oud-ingenieur weg- en waterbouwkunde was ooit zijn carrière in dit openluchtlaboratorium begonnen. En hoewel hij na 6 jaar in de polder een andere baan aannam, is hij toch altijd wel in contact gebleven met het ‘Waterloopbos’; tegenwoordig dus ook nog als gids.

Het Waterloopbos ontstond in de jaren vijftig als gevolg van ruimtegebrek bij het beroemde Waterloopkundig Laboratorium in Delft. Daar was geen ruimte meer voor de steeds grootschaliger experimenten. Na de kaart van Nederland bestudeerd te hebben kozen de ingenieurs voor een stukje van de Noordoostpolder. Die was tien jaar eerder drooggevallen, en op de plaats waar een jong aangeplant bos stond te verrijzen en waar tevens gemakkelijk water in grote volumes ingelaten kon worden, kwam de testlocatie. Het bos kon daarbij goed dienen om wind te vangen, waarvan men bij het experimenteren last zou kunnen ondervinden.

Het Waterloopbos is overigens al jaren niet meer in bedrijf, en dat is goed te zien ook. In 1996 werd het laatste experiment gedaan en daarna  werd het complex aan de elementen prijsgegeven.  Op sommige plaatsen krijg je associaties met overwoekerde Majatempels in dichte oerwouden, al is dat natuurlijk vergezocht. Gelukkig staan bij de meeste bakken / sloten uitlegbordjes met foto’s hoe het er destijds uitzag en vooral ook waarom het zo werd aangelegd.  Je komt er allerlei op schaal nagebootste plekken uit de wereld tegen, want al snel wist men ook in andere landen waar ze wezen moesten voor het uitvoeren van dit soort experimenten. Dat was dan bijvoorbeeld om een havenmond aan te leggen of om de stroming van een rivier in goede banen te kunnen leiden. Het werd allemaal nagebouwd en waterloopkundig getest in de Noordoostpolder en maar weinig mensen weten dat (nog).

In 2002 nam Natuurmonumenten het terrein over van Rijkswaterstaat, met de bedoeling om het te conserveren voor het nageslacht in de vorm van een openluchtmuseum. Eerlijk gezegd is daar nog niet zo veel van te merken; er zijn wel al enkele locaties hersteld, maar dat gaat kennelijk in een traag tempo.  Aan de andere kant hoeft ook zeker niet alles weer in de oude staat te worden teruggebracht, want ook de ‘tand des tijds’ levert fraaie beelden op aan vergane glorie.  Wat we niet in werking hebben gezien waren de ‘golfplanken’. Deze zijn essentieel voor het testen, want ze brengen het water in beweging en staan soms met tien tegelijk in slagorde opgesteld om de watermassa op te stuwen, waarna dan de effecten konden worden gemeten.

Van de grootste installatie die het Waterloopbos kent, de Deltagoot (7 m hoog, 200 m lang), is enkele jaren geleden een kunstwerk gemaakt. Het spel van enorme betonnen vlakken die in verschillende hoeken tegenover elkaar zijn gezet oogt fraai en is zeer fotogeniek. Maar golven kunnen er niet meer doorheen rollen en dat is wel jammer. Zeker omdat Natuurmonumenten er veel bezoekers naar toe hoopt te gaan lokken. En dan was zo’n reusachtige golfbaan toch wel een trekker geweest.

Het bezoek werd afgesloten met een smakelijke lunch bij het bezoekerscentrum op het terrein.  Een leuk en leerzaam Stadsdorp-uitje. Met dank aan Milja Witzenhausen voor de organisatie en Henk van der Lee voor de fotocollages.